Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x

lampen

DE GELIJKENIS VAN DE 5 WIJZE EN DE 5 DWAZE MEISJES

Gaat deze gelijkenis over de Heilige Geest of over de Torah?

Als Christenen hebben we vrijwel allemaal geleerd dat dit over de Roeach haKodesj, over de Heilige Geest gaat. Maar alles wat je geleerd hebt moet toetsbaar zijn aan het Woord van God. Van de Joden uit Berea kunnen we leren dat ze de woorden van Paulus en Sillas  bereidwillig aannamen, maar wel dagelijks Tenach (OT) nagingen om te toetsen of de verhalen van deze twee mannen klopten (Hand.17)

Mattheüs 25
1Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. 3Want de dwaze namen haar ​lampen​ mede, maar geen olie; 4doch de wijze namen olie in haar ​kruiken, met haar ​lampen. 5Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. 6En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! 7Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. 8En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze ​lampen​ gaan uit. 9Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. 10Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. 11Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: ​Heer, ​heer, doe ons open! 12Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. 13Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.

Het gaat in deze gelijkenis over lampen, olie en licht. De lamp is de drager van de olie en de olie is op haar beurt de brandstof voor de vlam; voor het licht. Dus zonder lamp geen olie en zonder olie geen licht. De Bijbel leert dat Gods Woord is als een licht. De kern van Gods Woord is Torah.

Psalm 119:105 “Uw woord is een ​lamp​ voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Ook de Spreukendichter is er duidelijk Spr.6:23 “Want het gebod is een ​lamp en de onderwijzing een licht,” De Schriften tonen duidelijk aan dat Gods Woord een licht is; het gebod en de onderwijzing (Torah) zijn een licht. Torah is onderwijs in rechtvaardigheid. Torah is als de woorden van een vader die zijn kind onderwijst met toepasbare en zinvolle levenslessen.

De Spreukendichter leert ons hierover het volgende: Spr.13:9 “Het licht der rechtvaardigen brandt blijde, maar de ​lamp​ der goddelozen wordt uitgeblust.” Met deze woorden van de Spreukendichter naderen we al heel dicht de gelijkenis van Jesjoea. Jesjoea ging in zijn onderwijs niet uit van de leer van de kerken, maar van de Schriften, laten wij dat ook doen. De kerk is ondergeschikt aan de Schrift.

Wanneer we bovenstaande lijn doortrekken, dan zijn de wijze meisjes de rechtvaardigen, mensen die het licht van Gods Woord verspreiden in de nacht van deze tijd, door te doen, door te branden en het goede voorbeeld te verspreiden. De dwaze meisje begonnen wel goed, maar hun brandstof raakte op, waardoor hun licht doofde. Hier komen we bij de kern van onze vraag. Wat is de brandstof voor het licht? Het licht is de uitvoering van Gods recht, het leven naar zijn wil.

In de Bergrede is Jesjoea hier heel duidelijk over:
Matth.5: 14-16 "Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen ​lamp​ aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.”

Wat is het licht? Dat zijn volgens Jesjoea de goede werken. Worden we daardoor behouden? Nee, daar gaat het hier niet over, het gaat hier over dat je licht moet schijnen. Lezen we even verder dan wordt dit helemaal duidelijk. Let op! De Bijbel kent in de grondtekst geen hoofdstuk indeling, dus bovenstaande tekst gaat ononderbroken verder met de woorden:

"17Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. 19Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. 20Want Ik zeg u: Indien uw ​gerechtigheid​ niet overvloedig is, meer dan die der ​schriftgeleerden​ en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan."

Dus wat is nu die olie? In de context van het Woord van God is dat het Woord van God zelf, zijn onderwijs (Torah). Is dat strijdig met de gedachte dat de olie staat voor de Roeach haKodesj, de Heilige Geest? In  mijn ogen niet. Rom 7:14 leert ons in een Friese vertaling:

Want wy witte dat de wet fan Gods Geast komt”  

De Griekse grondtekst geeft hier:
οἴδαμεν γὰρ ὅτι ὁ νόμος πνευματικός ἐστιν:
oidamen gar hoti ho nomos pneumatikos estin
wij weten namelijk dat de wet van de Geest is.

God is Geest, Hij is de Heilige Geest, en Torah is een expressie van Hemzelf, van zijn wezen.

“Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.” Psalm 119:97


Gerard Wijtsma
26-02-2018

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen